Nieuws

Tiende Ladies Run met recordopkomst en -opbrengst

Maandag 16 april

In 2009 werd een week na de Rotterdammarathon voor het eerst de Ladies Run bij AVW georganiseerd voor wat toen nog een tijdelijk evenement leek te zijn. Stuwende kracht achter de loop voor het goede doel was Astrid Wilmink, die bij vele Maassluise winkels artikelen wist te ontfutselen voor de tombola en zelfs niet te beroerd was om extra geld op te halen als toiletdame in een bekend plaatselijk café.

Lees meer

38e Rotterdammarathon laat zijn sporen na

Maandag 9 april

Nadat het donderdag nog nodig was om met handschoenen en een winterjas de deur uit te gaan brak de dagen daarna definitief de lente aan. Niet voor de eerste keer viel dat dus vrijwel samen met de Rotterdammarathon, zodat de 15 duizend deelnemers aan de klassieke afstand van 42,2 km letterlijk hun borst nat konden maken.

Lees meer

Lente tijdens 38e Rotterdammarathon?

Maandag 2 april

Na maanden van voorbereiding breekt komende zondag voor zo’n 15-duizend langeafstandslopers dan eindelijk de grote dag aan met 42,2 km rennen dwars door Rotterdam!
Voor de 38e keer (editie 1 werd gelopen in 1981) zal de gelijknamige marathon in het centrum van start gaan na het kippenvel veroorzakende ‘Ýou never walk alone’ van Lee Towers en het kanonschot om klokslag 10 uur van burgermeester Aboutaleb. Nieuw is dat de start direct aan de voet van de Erasmusbrug zal zijn, oftewel anderhalf kilometer zuidelijker dan de traditionele start ter hoogte van het Stadhuis.

Lees meer
Toon al het nieuws

Agenda

Maandag 7 mei
19:00 – 21:00

Schoonmaak groep 3

Woensdag 23 mei
19:30

Bestuursvergadering

Maandag 4 juni
19:00 – 21:00

Schoonmaak groep 4

Donderdag 21 juni
20:00

Clubkampioenschap 5 km

Maandag 25 juni
19:30

Bestuursvergadering

Toon volledige agenda

Atletiek.nl

Voorbereiding NK Junioren 2018 in volle gang ....
De voorbereidingen voor het ASiCS NK Atletiek Junioren 2018 zijn in volle gang en met nog een kleine 8 weken te gaan begint het best een beetje spannend te worden. Omstreeks 1 mei a.s. worden de wedstrijdbepalingen bekend en gepubliceerd en zal de inschrijving open gaan. We kunnen nog steeds vrijwilligers gebruiken, kijk op de
Thijs Ros over het scouten van talenten
‘We kijken niet alleen naar de ranglijsten’ In een sport met veel disciplines is het een stevige uitdaging om jonge talenten te scouten en te begeleiden. Thijs Ros is een van de talentcoaches die deel uitmaken van de technische staf van de Atletiekunie. De oud-meerkamper richt zich vooral op de explosieve onderdelen van de atletiek (sprinten, springen en werpen) en vertelt in dit interview over hun aanpak. Ros groeide op in Woerden, waar hij lid werd van AV Clytoneus. Als meerkamper kwam hij in 2001 tot een p.r. van 6643 punten. Hij studeerde aan de ALO in Den Haag. ‘Ik wist in groep 6 van de basisschool al dat ik gymleraar wilde worden, omdat ik lekker gymmen het leukste vond op school’, zegt hij. Twaalf jaar werkte hij als vakdocent in het onderwijs. Tegelijkertijd was hij trainer bij zijn eigen vereniging. De Atletiekunie vroeg hem 2007 om regiotrainingen voor sprinters te verzorgen in Zoetermeer en Naaldwijk. Hij was onder meer coach van het Nederlands estafetteteam op de EYOF in 2011 en 2013 en begeleidde jonge sprinters in het daarop volgende jaar bij de WJK in Eugene. In diezelfde periode vroegen Vince de Lange en Bart Bennema hem als assistent voor de centrale trainingen van talentvolle jonge meerkampers op Papendal waardoor Ros in 2015 (Eskilstuna), 2016 (Bydgoszcz) en 2017 (Grosseto) als meerkampcoach aanwezig was bij de jeugdtournooien. Begin 2017 volgde een fulltime aanstelling als talentcoach. ‘Het werk in het onderwijs vond ik elke dag een feest. Maar werken op Papendal zie ik als een unieke mogelijkheid om me verder te ontwikkelen. Hier kun je training geven in een professionele omgeving’, zegt hij. Wat zijn je opdrachten hier? ‘In eerste instantie heb ik mijn neus tegen het raam gedrukt bij de bondscoaches, om goed te zien hoe zij hier werken met de topatleten. Een tweede belangrijke opdracht is om in drie disciplines de kloof tussen het Nederlandse en mondiale niveau te dichten: polshoogspringen, speerwerpen en de 400 meter. De vraag is onder meer hoe we de kennis bij de trainers kunnen uitbreiden. We hebben onder meer een bijeenkomst georganiseerd met clubcoaches om hier per discipline plannen voor te ontwikkelen.’ ‘De derde taak is het verzorgen van nationale trainingen voor de talenten. Voor de explosieve nummers doe ik dat samen met mijn collega’s Rogier Ummels en Robert-Jan Jansen. We zijn daarnaast betrokken bij de atleten die op Papendal trainen. Zelf geef ik bijvoorbeeld speerwerpertraining aan Pieter Braun. En als Ronald Vetter met zijn top-meerkampers op stage naar de VS gaat, neem ik de training voor de atleten die op Papendal blijven voor mijn rekening.’ Hoe selecteren jullie de talenten die voor de nationale trainingen worden uitgenodigd? ‘Voor de explosieve disciplines hebben we in het najaar testdagen georganiseerd. Daarvoor nodigen we atleten uit die ons in het zomerseizoen zijn opgevallen. Bij de jeugd gaat het niet alleen om hun prestaties, al kijken we natuurlijk wel naar de top van de ranglijsten. Maar we zien ook lichte sprietjes die fysiek nog wat minder ver zijn ontwikkeld dan hun leeftijdgenoten, maar wel heel makkelijk en goed kunnen sprinten of werpen en de juiste lichaamsbouw hebben. Die kunnen ook een eind komen.’ ‘We testen onder meer op snelheid, we hebben sprongtesten en een heel korte fietstest en we doen plyometrisch werk. Daarnaast hebben we gesprekken met de atleet en de trainer over hun trainingsprogramma en we gaan na of ze behoefte hebben aan advisering.’ ‘Heel belangrijk is natuurlijk de vraag of ze “de juiste kop erop hebben staan”, zoals we dat wel noemen. De persoonlijkheid van het talent en de coachbaarheid zijn uiteraard erg belangrijk. Je hebt veel doorzettingsvermogen nodig om de top te bereiken en daarvoor is het wel een voorwaarde dat je het trainen écht leuk vindt. En ook dat je kunt omgaan met teleurstellingen. Het is een heel verschil of een jonge atleet bij een nieuwe, ongewone opdracht, zoals het kogelstoten met je “verkeerde” hand, zegt: “dat kan ik toch niet”, of gretigheid laat zien om te leren. Die mentale eigenschappen zouden we eigenlijk ook willen testen, maar daarvoor hebben we nog geen test die voldoende valide en makkelijk werkbaar is. NOC*NSF is daar wel mee bezig.’ Ook de ouders worden meegenomen in dit proces. ‘We organiseren bijvoorbeeld bijeenkomsten voor ouders van atleten die naar de jeugdtoernooien willen. Dan vertellen we onder meer over de limieten, over de voorbereiding op het toernooi en we geven informatie over doping’, aldus Ros. Bij verenigingen en trainers leeft nogal eens het idee dat “Papendal” atleten naar zich toe wil trekken. Herken je dat? ‘Volgens mij is daar geen sprake van. We bespreken alles met de eigen trainers van de talenten. Een deel van hen heeft het uitstekend voor elkaar: voldoende tijd en kennis bij verenigingen die veel faciliteiten kunnen bieden. Atleten die hier voor de nationale trainingen komen kunnen bovendien aanvullend gebruik maken van de sportmedische hier als ze last hebben van blessures.’ ‘Bovendien kom je niet zomaar op Papendal terecht. Je moet dan toegelaten worden tot het CTO, het Centrum voor Topsport en Onderwijs en daar zit het al bomvol. Maar als je echt talent hebt, is dit natuurlijk wel de plaats waar je alle begeleiding kunt krijgen die je nodig hebt om je verder te ontwikkelen.’ Tekst: Cors van den Brink Foto: Coen Schilderman (WJK Bydgoszcz, 2016)
Wie is de leukste loopgroep van 2018?
Doe mee met onze actie en verkiezingscampagne en roep jouw loopgroep op om mee te dingen naar de titel “leukste loopgroep van Nederland”. Hoe werkt de verkiezing? Dit jaar willen we aangrijpen en gebruiken om de atletiek- en loopsport van top tot breedte in het zonnetje te zetten. Het is een verkiezing van en voor de leden in het land, dat betekent dat jullie (onze lopers en leden) loopgroepen voordragen en jullie stem uitbrengen. Denk aan vrijwilliger van het jaar, jeugdtrainer van het jaar, jurylid van het jaar. We trappen deze verkiezingsstrijd af met ‘de leukste loopgroep van het jaar’. Uiteraard zit er, naast de eeuwige roem, een leuke en sportieve prijs aan vast waar de hele loopgroep gebruik van kan maken. Leukste loopgroep van het jaar Inmiddels zijn een heleboel loopgroepen en loopverenigingen verantwoordelijk voor het plezier, de looptechniek en de prestaties van hardlopers in Nederland. Maar welke loopgroep is nu eigenlijk de leukste, de gezelligste in het land? Kortom, naar welke elementen of factoren kijken we? Ondernemen jullie als loopgroep bepaalde activiteiten die het extra gezellig maken? Hebben jullie wellicht een bijzondere trainer die het leuk maakt? Hoe ben je bij de loopgroep terecht gekomen? Organiseert jullie loopgroep gezamenlijke activiteiten / wedstrijden waar jullie aan meedoen Zoekt jullie trainer, of een loper uit de groep, bijvoorbeeld weleens bijzondere of aparte routes voor de training? Etc etc Voorwaarden De loopgroep moet aangesloten zijn bij de Atletiekunie De loopgroep heeft minimaal 8 ‘leden’ De loopgroep traint minimaal 1x per week gezamenlijk De loopgroep heeft een (gecertificeerde) trainer Meedoen? Hieronder nog even kort de procedure van de verkiezing: Jouw loopgroep voordragen (dit formulier is gesloten, 20-04-2018) Het formulier wordt gesloten en na alle inzendingen maken we de stand op Alle aanmeldingen ontvangen vervolgens een mailtje met een tweetal vragen en/of redenen voor de voordracht van hun loopgroep Op basis van deze reacties maken wij een shortlist van drie (tot vijf) genomineerden Zij krijgen vervolgens een aanvullende 'taak' of 'opdracht' om aan te tonen (in beeld of video bijvoorbeeld) waarom zij nu écht de leukste zijn Deze genomineerden worden gepresenteerd en voorgesteld op de website Vervolgens barst de échte strijd los wie er met de titel 'Leukste Loopgroep van 2018' vandoor gaat
Round-up: EK indoor Masters in Madrid
Van 19 tot en met 24 maart vond de EK indoor voor Masters plaats in Madrid. Meer dan 3800 atleten namen deel aan dit EK indoor. Met 6 gouden, 9 zilveren en 12 bronzen medailles eindigde het Nederlandse team op een 14e plaats in het medailleklassement. Daarnaast werder er 11 Nederlandse records behaald. Matthijs Seijlhouwer (M50) mocht voor zijn halve finale 60m om 22.30 uur de blokken in. Het weerhield hem er niet van om met 7.43s zijn Nederlandse record (NR) te verbeteren. In de finale de volgende dag kwam hij tot een tijd van 7.53s en eindigde hiermee op de vijfde plaats. Van de zeven Nederlanders die in hun categorie in de finale van de 60m stonden slaagde Tilly Jacobs (V60) erin een bronzen medaille te pakken (9.08s). Jan Ties verbeterde in de finale 60 meter het Nederlandse record naar 8.60s, wat tevens goed was voor een vierde plaats. Op de 200m veroverde Tilly, na brons op de 60 meter, weer brons met 30.44s. Jan Ties (M70) verbeterde op deze afstand het NR tot 28.93s. Hij eindigde wederom op de vierde plek. De 400m bij de M65 werd door Wim Threels gewonnen: goud in 59.21s en goed voor een NR. Achter hem lag Frans Marcelissen vijftig meter voor de finish op de vijfde positie, toen eerst een Brit en daarna een Belg van vermoeidheid de controle verloren en vielen. Een klein sprongetje leverde Frans de bronzen medaille op met 1.03,94m. Jelle van der Schaaf (M70) legde zijn 400m af in 1.08,64 en werd daarmee tweede. 3 gouden medailles voor Hans Smeets Op de MiLa afstanden heerste Hans Smeets bij de M70. Op zowel de 800m als de 1500m en de 3000m veroverde hij goud in resp. 2.32,74, 5.21,27 en 11.43,72. Wendy Visser (V35) pakte brons op de 60m horden in 9.53s. Nét geen verbetering van het wereldrecord voor Brigitte van der Kamp Bij het polsstokhoogspringen veroverde Marc van Vliet (M65) een bronzen medaille met 3.20m, wat bovendien een verbetering van zijn NR is met 8cm. De gouden medaille in deze categorie was voor de Duitser Wolfgang Ritte, die met 3.96m een nieuw wereldrecord sprong. Brigitte van der Kamp (V55) pakte met 2.90m goud en zag haar pogingen om haar wereldrecord (3.02m) te verbeteren net stranden. Anja Akkerman (V60) nam bij het hoogspringen zilver mee naar huis met een hoogte van 1.25m. Linda van Berkel (V45) sprong 1.54m, wat goed was voor het brons. Derde bronzen medaille voor Tilly Jacobs Tilly Jacobs (V60) pakte op het verspringen haar derde bronzen medaille met 4.07m. Bij het kogelstoten wist Hanneke Vasse (V45) het brons binnen te slepen met een afstand van 10.63 meter. Op de 4 x 200 meter ging er voor Nederland een team van start in de categorie M65. De leeftijd van de jongste is bepalend. Roelf Akkerman (M70), Jelle van der Schaaf (M70), Frans Marcelissen (M65) en Jan Ties (M70) liepen in hun serie een mooi NR met 1.56,65. Zij moesten de tweede serie afwachten om te weten dat hun prestatie goed was voor brons. Vijf keer zilver op de vijfkamp De vijfkamp werd voor Nederland een zilveren aangelegenheid: vijf atleten kregen zilver omgehangen. Jurgen van Berkum (M50) was een van de atleten die nog tot laat bezig was en bijna vechtend tegen de slaap kwam hij tot 4191 punten, tevens een NR. Wim Threels (M65) haalde 4179 punten, wat een NR is, en en passant zette hij ook het NR 60m horden op 10,58s. Anja Akkerman (V60) sprokkelde 3617 punten bij elkaar, Marlou Klaver (V50) 3352 punten en Wendy Visser kwam tot 3325 punten. Het totaal van Wendy was ook een NR. De verwerking van de vijfkamp was een grote logistieke klus. Op het middenterrein lagen twee kogelsectoren, twee hoogspringmatten, werd in twee bakken vergesprongen (de aanloop kruiste de hoogspringaanloop) en was er tussendoor nog af en toe een 60m horden race. Daar was een flink aantal vlaggenzwaaiende juryleden voor nodig. EK indoor op het buitenveld Op het winderige en koude buitenveld werden nog lange werponderdelen verwerkt. Yvette Bot (V45) pakte bij het kogelslingeren met 36.16 meter het brons. Onno Heerlien (M50) kreeg voor zijn 16.59m bij het gewichtwerpen eveneens brons. Ingrid van Dijk (V55) behaalde eenzelfde kleur voor 12.34 meter. Ingrid kreeg zilver voor haar discusworp van 31.16m. En op het allerlaatste onderdeel van de wedstrijd haalde Ilona Zeilmaker (V35) bij het speerwerpen brons met 32.37m en stond Margreet Takken (V35) op het hoogste podium met 37.27m. Hierdoor klonk het Wilhelmus als laatste volkslied over Madrid. Tekst: Michel van Osch, foto's van T./W. Bakx
Hans Arnhard en het postuur van de speerwerper
Kijk naar een wereldtopper met dezelfde fysieke bouw als je zelf hebt Dat is de ogenschijnlijk simpele leidraad die coach Hans Arnhard hanteert voor de techniek die hij bij zijn atleten probeert in te slijpen. Speerwerper Thomas van Ophem, die vorig jaar het Nederlands record op 80,70 meter bracht, lijkt op Olympisch kampioen Thomas Röhler. Dus als Hans en zijn pupil Van Ophem op de bank zitten, zijn op de televisie in huize Arnhard regelmatig beelden van deze Duitser te zien. Het gaat uiteraard niet om het louter kopiëren van de techniek van een ander, benadrukt Arnhard. Iedere coach zal rekening houden met de individuele fysieke kwaliteiten van zijn atleet. Belangrijk is wel dat coach en atleet een ideaalbeeld voor ogen hebben, zeker voor de technisch gecompliceerde beweging van het speerwerpen. Wurf und Stoss op de salontafel Arnhard is al enkele decennia verbonden aan atletiekvereniging Hera in Heerhugowaard. Zelf was hij in zijn jeugd een verdienstelijk midden-afstand loper. Maar een van zijn zoons had vooral talent voor het werpen en daar is Arnhard zich meer en meer in gaan verdiepen. Bij Hera - en later als regiotrainer - begeleidde hij onder meer Lieja Koeman, Denise Kemkers, Eddy Cardol en de meerkampers Laurien Hoos en Pelle Rietveld. Momenteel is naast Van Ophem de jonge kogelstootster Jessica Schilder een van de pupillen van de inmiddels 75-jarige Arnhard. Hij volgde alle opleidingen tot en met die van de trainer-coach B, inclusief de werpspecialisaties. ‘Dat waren in dit tijd verrekt goede opleidingen’, zegt hij. ‘Maar het meest heb ik toch geleerd van mijn contacten met Dieter Kollark, de trainer van onder meer Astrid Kumbernuss. Ja, een man die in de voormalige DDR werkte, maar wel iemand met heel veel kennis over de werptrainingen, die bovendien bereid is om zijn kennis te delen met anderen. Binnenkort ga ik met Jessica Schilder weer een week bij hem op stage. Dat is heel leerzaam.’ Op de salontafel heeft Arnhard het standaardwerk “Wurf und Stoss” van Gudrunm Lenz en Menfred Losch voor het grijpen liggen. ‘Daar zit ik regelmatig in te bladeren als ik bij mijn atleten op blokkades stuit en ik niet meteen zie hoe we dat op kunnen lossen’, vertelt hij. Ook de Cubaanse atletiek heeft Arnhard leren kennen. Van Ophem was lid van het Alkmaarse Hylas, waar een Cubaanse meerkampcoach hem in contact bracht met een coach die op Cuba speerwerpers coacht. Hij trainde in februari en maart vier weken op Cuba; Arnhard en zijn vrouw waren er eerder al eens op bezoek. ‘De faciliteiten zijn er bijna armoedig, maar er wordt keihard gewerkt en dat is ook nodig als je veel wilt bereiken’, zegt hij. Wat maakt een atleet tot een goede speerwerper en waarin onderscheidt hij of zij zich van atleten in de andere werpdisciplines? ‘Speerwerpers hebben, net als discuswerpers, lengte nodig, waar kogelstoters daar iets minder van profiteren, of dat kunnen compenseren met hun explosiviteit’, zegt Arnhard. ‘Ik denk dat speerwerpers het vooral moeten hebben van de combinatie van kracht en lenigheid, misschien nog wel meer dan discuswerpers. Speerwerpers zijn wat atletischer en ze moeten geen enkele fysieke beperking in hun bewegingsapparaat hebben om de beweging perfect uit te kunnen voeren. Ze moeten natuurlijk over een goed getraind spierkorset beschikken en veel discipline hebben, ook om voldoende rust te pakken. Voor veel atleten is dat laatste het moeilijkste.’ Foto: Erik van Leeuwen, EK Landenteams Lille '17 Over smaak valt niet te twisten, over de juiste techniek wel Om te streven naar perfectie maakt Arnhard graag gebruik van een high-speed camera, waardoor hij iedere opgenomen worp beeldje voor beeldje kan bekijken. Dat doet hij tijdens de trainingen, maar het liefst ook thuis op het grootbeeld van de televisie. En hij vergelijkt die beelden dan weer met die van de grote voorbeelden. Tijdens wedstrijden laat hij zijn atleten niet meekijken. ‘Tussen de verschillende pogingen moet je ervoor zorgen dat de atleet echt ín de wedstrijd blijft’, vindt hij. Dan moet een enkele verbale aanwijzing voldoende zijn. ‘Ik heb ook niet altijd beelden nodig, omdat ik meestal op het oog wel zie wat er mis gaat.’ Het kost allemaal veel tijd en geduld, zeker als je bedenkt dat de opleiding van een goede speerwerper minstens zeven jaar in beslag neemt. En over smaak valt niet te twisten, over de juiste techniek wel. Er lijken in Nederland nogal wat verschillende visies op de juiste beweging te bestaan. ‘Tsja’, zegt Arnhard. ‘Ik ben maar een profeet die brood eet. Thomas en ik hebben ook wel eens wat onenigheid en dat moet kunnen. Maar dan pak ik de boeken en de foto’s erbij en zoeken we naar de benadering die voor hem goed werkt. Thomas is gelukkig een atleet die goed zelf kan reflecteren op zijn bewegingspatroon.’ Voor Arnhard, die in zijn werkzame leven werkzaam was voor KPN, bleef het coachen altijd een vorm van “vrijetijdsbesteding”. ‘Er is geen sportcultuur in Nederland. Je moet het leuk vinden om er veel tijd in te steken en niet rekenen op inkomsten’, zegt hij. ‘En omdat ik de gelegenheid kreeg om vroeg met pensioen te gaan, hebben de atleten kunnen profiteren van een trainer die zich flexibel kon aanpassen aan hun mogelijkheden.’ Dat speelt onder meer bij de 25-jarige Van Ophem, die als ICT-er werkzaam is, maar wel tien trainingen per week op zijn programma heeft staan. ‘Liefst zie ik hem ’s morgens een techniektraining doen en aan het eind van de middag een kracht- en lenigheidstraining. Maar hij is geen fullprof. Nu doet hij ’s middags kracht en na een per uur rust ’s avonds techniek.’ Arnhard laat zijn atleet met speren van verschillend gewicht trainen. ‘Daarmee verhoog je de explosiviteit. Je moet voorkomen dat het lichaam in homeostase komt door steeds andere impulsen te geven. Die werptraining beperk ik overigens tot maximaal 45 minuten, omdat de werpbeweging blessuregevoelig is.’ In de winterperiode werpt Van Ophem vaak met balletjes van verschillend gewicht om de werpbeweging te imiteren. ‘Dat doen we in het clubhuis, waar we een mat tegen de muur hangen, omdat we helaas niet over een indoorhal beschikken en Papendal te ver is. Ik hoop voor volgend jaar hier in de omgeving een tuinder te vinden met een hal van voldoende afmetingen om indoor echt te kunnen werpen.’ Tekst: Cors van den Brink Foto's: Erik van Leeuwen
Word jij één van de Garmin Forerunner testers?
Dit voorjaar lanceerde Garmin de Forerunner 645 Music, een stijlvol GPS hardloophorloge met geïntegreerde muziek (ruimte voor 500 songs) welke atleten de vrijheid geeft om met hun favoriete muziek te sporten zonder dat ze hun smartphone mee hoeven te nemen. In samenwerking met Garmin mogen wij 3 keer de Garmin Forerunner 645 Music weggeven! Deel jouw ‘favoriete hardloopplek’ foto als reactie op de oproep op de Facebook, Twitter of Instagram kanalen van de Atletiekunie en wordt één van de Garmin Forerunner testers. De inzending kan ook gemaild worden naar
Clinic voor de winnaars van het Nationaal crosscircuit
De top drie van de C en D junioren van het Nationaal crosscircuit hebben afgelopen weekend een trainingsclinic van Dennis Licht gevolgd. De jonge atleten kregen een trainingsclinic op Papendal onder leiding van Dennis Licht. De enthousiaste trainer leerde de atleten meer over de cross, samenwerken en trainen. Na de pittige clinic konden de kinderen al hun vragen stellen aan Dennis onder het genot van een gezonde lunch. Kijk mee naar deze topdag van de crosstalenten: Video: Lars van Hoeven
Van Nunen en Deelstra Nederlands kampioen Halve Marathon
De Weir Venloop in Venlo was dit jaar het decor voor de Nederlandse kampioenschappen Halve Marathon. Bij de mannen ging de winst naar Bart van Nunen in een PR van 1.03.50. Andrea Deelstra pakte de winst bij de vrouwen. Bij de mannen ontspon zich meteen een mooi gevecht. Na 5 kilometer kwam het tweetal Emanuel Biwott (De Liemers) en Mohamed Ali (Nijmegen Atletiek) als eerste door in 14.54 min. Gert Jan Wassink (Argo), de beste Nederlander in de Venloop 2017, en Joeri Wolf (Cifla) volgden op 7 seconden. Met daar weer achter Bart van Nunen en Edwin de Vries (AV Castricum). Op het 10 kilometerpunt was de groep weer bijeen met een doorkomst van 30.10. Bart van Nunen wilde in het tweede deel van de race toeslaan en dat plan lukte. Van Nunen pakte na 2015 wederom het goud, met een nieuw PR van 1.03.50 ruim voor Mohamed Ali 1.04.42 die op zijn beurt Joeri Wolf 10 seconden voorbleef. Wolf kwam naar Venlo voor een podiumplaats en een sub 65 tijd en dat lukte allebei. De Weir Venloop werd bij de mannen in een internationaal topveld gewonnen door Stephen Kiprop (Kenia) die met 59.44 in zijn debuut als enige onder het uur bleef. Bij de dames heeft topfavoriete Jip Vastenburg zich moeten afmelden. Jacelyn Gruppen en Andrea Deelstra kwamen als eerste door op de 5 kilometer (17.18 min). Ook op 10 kilometer waren ze nog samen (34.47 min.) Op 15 kilometer was de voorsprong van Deelstra al 38 seconden die ze aan de finish had uitgebouwd op Gruppen naar bijna 2 minuten. Zo pakte ze in twee weken tijd na de cross haar tweede NK goud. Haar tijd was 1.13.58 waarmee ze in het topveld een zevende plaats behaalde. De winst op de halve marathon ging naar Nancy Jepkosgei Kiprop in 1.07.49 wat tevens een parcoursrecord was. Bekijk
Meer atletiek.nl