Nieuws

Zondag is Maassluis hardloopstad!

Maandag 14 januari

Komende zondag zal op de Jan Schoutenlaan om 13:00 uur het startschot klinken voor de zilveren editie van de Halve van Maassluis, die voor het eerst werd georganiseerd in 1995 en sinds 2011 bekend staat onder de naam Ruitenburg Halve Maassluis. Naast de halve marathonlopers zullen op hetzelfde tijdstip de prestatielopers van de 5 en 10 km aan hun wedstrijd door en rondom Maassluis beginnen.

Lees meer

Aftellen naar 25e halve van Maassluis is begonnen

Maandag 7 januari

Op 20 januari zal Maassluis weer voor 1 dag een echte loopstad zijn wanneer voor de 25e keer de halve marathon van Maassluis wordt georganiseerd en voor de negende keer onder de naam Ruitenburg Halve Maassluis. Om precies 13:00 uur zullen vanaf de Jan Schoutenlaan honderden lopers vertrekken voor de 5, 10 of 21,1 km met voor het eerst ook veel beginners en gevorderden aan de start van de gelijknamige cursussen die in september bij AVW zijn begonnen.

Lees meer
Toon al het nieuws

Agenda

Zondag 20 januari
13:00

Ruitenburg Halve Maassluis

Zondag 3 februari
10:00 – 13:00

Marathontrainingsloop (I)

Maandag 4 februari
19:30

Reanimatiecursus

Maandag 11 februari
19:00

Schoonmaak groep 4

19:30

Bestuursvergadering

Toon volledige agenda

Atletiek.nl

Nationale top twijfelachtig voor Abdijcross Kerkrade
De 55ste editie van de internationale Abdijcross in Kerkrade komende zondag, belooft een mooi crossspektakel te worden. Het is na Tilburg, Amsterdam en Soest de vierde cross binnen het nationaal crosscircuit. De organisatie heeft een sterk deelnemersveld weten samen te stellen. Internationaal sterk deelnemerveld lange cross mannen Bij de mannen lange cross probeert de winnaar van vorig jaar, de Spanjaard Chakib Lachgar, zijn zege te prolongeren. Onlangs liep hij in Zuid-Spanje een sterkte cross. Ook de winnaar van 2017, de Zweed David Nilsson, is van de partij. Hij liep recent de halve marathon 1.02 uur en lijkt goed in vorm te zijn. Ook de Duitser Samuel Fitwi is een sterke crosser. Hij werd tijdens het EK Cross in de Beekse Bergen tweede in de categorie onder 23 jaar. Ook twee sterke lopers uit Saudi-Arabië, Tarik Ahmed el Amri en Shaween Mohammed, maken hun opwachting. De nationale toppers Michel Butter, Khalid Choukoud en Edwin de Vries hebben ook ingeschreven. Michel en Khalid stapten echter tijdens de Halve marathon in Egmond aan Zee licht geblesseerd uit. Khalid had problemen met zijn maag. Zij beslissen pas in de loop van deze week of ze de strijd in Kerkrade met de buitenlanders aangaan. Choukoud heeft goede herinneringen aan Kerkrade en eindigde daar regelmatig in de top drie. Hij zal er daarom alles aan doen om te starten. De top van het crosscircuit bij alle categoriën aan de start Bij de vrouwen lange cross is de winnares van vorig jaar, de Deense Sylvia Medugu, opnieuw favoriet. Zij krijgt geduchte tegenstand van Ruth van der Meijden, zij liep een sterke halve marathon in Egmond aan Zee. Ook Britt Ummels en Diane van Es verschijnen aan de start. Bij de A-jongens is de top drie van het nationaal crosscircuit aanwezig. Robin van Riel, Ilias el Khabbati en Almane Bechellal zullen strijden om de eindzege. Bij de meisjes A zijn favoriet Marije Hijman en Ynte Biemans. Op de korte cross vrouwen is Dagmad Smid favoriet, samen met Nikita van Lierop, Bo Ummels en Sabine Rutten. Bij de korte cross mannen strijden onder meer lopers als Wouter Ploeger, Bram Anderiessen, Tom Gelder en Jeroen Bakker voor de hoogste eer. Zoals bekend start het crossevenement vrijdagavond om 19.00 uur met een Ladies Night Fun Run. De zaterdag staat geheel in het teken van de Eurode Trail Runs over 10,5 en 21 km door de natuurgebieden van Kerkrade en omgeving. Zondag vanaf 11.30 uur start
Schrijf tijdig in!
Nederlands kampioen word je niet zomaar. Zeker niet in de atletiek. Naast slim trainen hoort hier een goede planning bij. Een simpel aspect wat ook nodig is om Nederlands kampioen te worden, is tijdig inschrijven voor het AA Drink NK Indoor Senioren kampioenschap. De inschrijving voor de Nederlandse Kampioenschappen Indooratletiek is al sinds december 2018 geopend en
Charles van Commenee: Kennis en ervaring delen
Gedurende anderhalf jaar liet de Atletiekunie op deze plek maandelijks een coach aan het woord over zijn of haar werk. Als afsluiting vragen we Charles van Commenée – sinds 1 oktober hoofdcoach – naar zijn visie op en ideeën over het coachen binnen de topatletiek. Van Commenée was tussen 1991 en 2000 al werkzaam voor de Atletiekunie, toen als bondscoach voor de meerkamp. Nadat zijn pupil Denise Lewis goud won op de zevenkamp bij de Spelen van Sydney werd hij gevraagd technisch directeur te worden van de Britse atletiekbond in de voorbereiding op de Spelen van 2004 in Athene. Hij keerde daarna terug naar Nederland om technisch directeur en chef de mission te worden bij NOC*NSF in de aanloop naar de Spelen van Beijing. Met de Britse atleten werkte hij vervolgens naar de Spelen in “hun” Londen in 2012, waarna hij weer terugkeerde naar Nederland. Van Commenée verbreedde zijn kennis en ervaring in de afgelopen vier jaar door als prestatiemanager van NOC*NSF in onder andere short track, zwemmen en judo een rol te spelen. ‘Het is mooi dat ik in deze fase van mijn carrière mijn opgedane kennis en ervaring kan delen met de wereld waar ik uit voortkom: de Nederlandse atletiek’, zegt de 60-jarige Amsterdammer. ‘Mijn motivatie is dat nieuwe generaties er hun voordeel mee kunnen doen’ "Het winnen van medailles is geen uitzondering meer" Hij wijst erop dat in de jaren dat hij op nationaal en internationaal niveau actief was, de Nederlandse atletiek stevig heeft kunnen groeien en bloeien. Dat is af te lezen aan de prestaties – het winnen van medailles bij EK’s, WK’s en Spelen is geen uitzondering meer, zoals dat in de jaren voor de eeuwwisseling wel het geval was. Van Commenée wijst vier belangrijke ontwikkelingen aan die daar een rol bij hebben gespeeld. ‘In de jaren negentig kwam er met het stipendium een basisinkomen voor topsporters. Dat maakte het mogelijk dat zij zich, net als de concurrentie in het buitenland, konden concentreren op hun sport.’ ‘In 2005 kwam er een indoor accommodatie op Papendal voor de atletiek en voor enkele andere sporten. Atleten konden zich vanaf dat moment, net als bijvoorbeeld handballers en boogschutters gaan voorbereiden in perfecte omstandigheden. Al snel kwamen de eerste atleten voor een fulltime trainingsprogramma naar Arnhem – dat waren Rutger Smith en Karin Ruckstuhl.’ De derde ontwikkeling was specifiek bedoeld om het niveau van het coachen omhoog te brengen: NOC*NSF stelde de Atletiekunie in staat om vanaf 2005 vier coaches aan te stellen, mits de unie zelf de aanstelling van nog eens vier coaches wilde financieren. ‘Toenmalig directeur Rien van Haperen en technisch directeur Peter Verlooy hebben daar, ondanks behoorlijk wat tegendruk binnen de atletiek zelf, leiderschap getoond en optimaal gebruik gemaakt van de geboden kans’, aldus Van Commenée. ‘Je kunt atleten wel onder perfecte omstandigheden laten trainen, maar als de coaching ondermaats of niet beschikbaar is, heb je nog niets.’ ‘Uiteindelijk is alles gelukt en de huidige technisch directeur Ad Roskam heeft de laatste jaren voortreffelijk werk verricht door een stevig systeem en heldere structuren neer te zetten.’ Mij vind je meestal in trainingspak Sinds oktober werkt Van Commenée als hoofdcoach op Papendal samen met Roskam. ‘Er is geen harde scheidslijn tussen onze verantwoordelijkheden’, zegt hij. ‘Heel in het algemeen kun je zeggen: Ad loopt hier rond in zijn burgerkleding en houdt zich vooral bezig met de organisatie en de financiën. Ik ben er vooral voor atletiek-technische zaken. Mij kun je meestal vinden in mijn trainingspak tussen de atleten en coaches. Het voordeel is dat Ad en ik elkaar goed kennen, omdat we in het verleden samen hebben gewerkt bij NOC*NSF en we dezelfde visie delen.’ ‘Ik geef zelf dus geen training, maar ik kijk mee. En stel daarna vragen. En ik haal regelmatig de technische staf bij elkaar, zeker tijdens trainingskampen, om ervoor te zorgen dat de coaches ook elkaar beter maken en elkaar kunnen vervangen. Want mét elkaar moeten we ervoor zorgen dat het prestatieniveau van álle atleten omhoog gaat. Ook andere stafleden spelen een belangrijke rol en dat proces van samenwerken geef ik vorm.' Essentieel voor dat proces is wat Van Commenée het “veranderend eigenaarschap” noemt. ‘Vroeger hadden coaches het in de atletiek altijd over “mijn atleten”. Ik heb in de loop der jaren leren zien dat zoiets destructief kan werken, alsof atleten schatplichtig zijn aan de coach en die coach de belangenbehartiger is van de atleet. Maar coaches moeten atleten niet alleen leiden, ze zijn ook dienstbaar aan hen. Er is geen verplichting om op Papendal te trainen, maar atleten en begeleiders dienen zich te realiseren dat, als ze besluiten zich hier te vestigen, ze zich open moeten stellen voor teamwork.’ Papendal biedt atleten begeleiding op internationaal niveau, zo vindt Van Commenée, ook op basis van zijn ervaringen in Groot-Brittannië en zijn kennis van het coachen in andere takken van sport. ‘De komst van biomechanicus Paul Brice bijvoorbeeld, dat heeft onze waarnemingen en de interpretaties daarvan de afgelopen jaren geobjectiveerd. Vroeger gingen we als coaches vooral af op onze eigen ogen en ons gevoel, nu kunnen we het meetbaar maken en weten we of we goed op weg zijn of niet’. ‘De aanstelling van de Zwitser Laurent Meuwly, die eind 2018 kwam, stelt ons in staat op de 400 meter en de 400m horden stappen te maken. Ik verwacht daarom ook veel van de 4 x 400m.’ Hoe voorkom je dat de kloof tussen Papendal en de rest van Nederland te breed wordt? ‘Ik denk dat enkele regionale trainingscentra al heel goed bezig zijn. Er komt steeds meer aanbod van trainingen op hoog niveau. Zelf kunnen we eraan bijdragen door coaches van talentvolle atleten de gelegenheid te geven om hier kennis te komen opdoen. We zijn daarnaast de nieuwe, tweejarige cursus Topcoach gestart, waar 32 coaches aan deelnemen. En er is eerder al besloten dat we gaan inzetten op de ontwikkeling van meer disciplines, zoals speerwerpen en polshoogspringen.’ Tekst: Cors van den Brink Foto: Jos Klijn, opening Atletiekbaan Papendal (juni 2018)
Kwalificatie-eisen Internationale Atletiekevenementen 2019
Voor uitzending naar Internationale toernooien stelt de Atletiekunie kwalificatie-eisen en kwalificatie procedures op: voor 2019 zijn deze zojuist gepubliceerd. Algemene uitgangspunten bij het opstellen van deze kwalificatie-eisen De Atletiekunie zendt atleten uit naar Internationale Atletiekevenementen en stelt daartoe kwalificatie eisen en procedures op. Als algemene grondslag geldt dat de atleten een reële kans maken om door te dringen tot de eindronden, finales of beslissende wedstrijdfasen van de betreffende toernooien. Hiervoor wordt een (reële kans op een) positie bij de beste 8 deelnemers gehanteerd. Deze grondslag wordt naar rato aangepast bij kleine deelname velden en/of een lage prestatiedichtheid. Voor niet-Olympische onderdelen kan eveneens worden afgeweken van deze algemene grondslag. In de
Sterk deelnemersveld belooft spektakel tijdens de Sylvestercross
Op Oudejaarsdag wordt de 38e editie van de Rabobank Sylvestercross in de Soester Duinen gelopen als onderdeel van het Nationaal Crosscircuit. De organisatie is er in geslaagd weer een groot aantal bekende atleten te binden voor de mooiste cross van Nederland. Minimaal 19 EK cross deelnemers komen aan de start! Butter en Choukoud gaan de strijd aan tegen EK toppers Zo komen bij de heren de Nederlandse Marathonlopers Michel Butter en Khalid Choukoud naar de start, maar ook Stan Niesten. Daar blijft het niet bij: ook de nummer 2 op het afgelopen EK Cross onder de 23 jaar, Samuel Fitwi uit Duitsland komt de 31e naar Soest. Eerder dit seizoen versloeg hij heel knap de nummer 2 bij de senioren, de Belg Kimeli. Hij zal het o.a. op gaan nemen tegen Napoleon Solomon uit Zweden (nummer 5 bij het senioren EK) De vorig jaar als 4e gefinishte Abdi Ulad is weer van de partij maar ook de Belg Jeroen d’Hoedt, die vorig jaar 3e werd in Soest en er weer voor gaat. Dame Tasame uit Belgie verschijnt voor het eerst aan de start in Soest. Hij wil zich daar zeker revancheren voor de in zijn ogen matige presatie tijdens het afgelopen EK, waar hij 21e werd. Belgische vs. Nederlandse dames Bij de dames senioren zal o.a. Jasmijn Lau van start gaan, naast de Belgische kampioen cross Imana Tryens en Sophie van Accom. Maar ook onze eigen marathon toppers Andrea Deelstra en Ruth van de Meijden zijn van de partij. Verder start de verrassend sterk lopende Julia Velthoven. Anna Luijten is weer wedstrijd fit en heeft ambities om zich te meten met de top. Uit Roemenie komt Roxanna Birca over en ook de Keniaanse Tabitha Gicha is er bij. De Amersfoortse Veerle Bakker, vorig jaar nog succesvol bij junioren, mocht niet naar het EK en wil zich in Soest dan ook graag sportief revancheren. Kortom het belooft weer een spectaculaire strijd te worden op het prachtige, uitdagende parcours in de Soesterduinen op 31 december.
Fysiotherapeut Luc Schout: van brandjes blussen naar preventie
Het was al langere tijd de wens van de Atletiekunie om de paramedische zorg voor de topatleten te versterken. Met de komst van Luc Schout, die anderhalf jaar geleden in dienst kwam, is een belangrijke stap gezet. De oud-atleet is er voor de atleten op Papendal, maar gaat ook regelmatig mee op trainingsstages. De 31-jarige Schout is geen onbekende in de atletiek. Hij noemt zichzelf “redelijk talentvol”: een loper die op de 1500 meter (met een p.r. van 3.44) en de cross tegen de nationale top aan zat, maar de internationale toernooien niet wist te bereiken. Hij was lid van Generaal Michaëlis in Best en later van Attila in Tilburg. ‘Ik raakte nog wel eens overtraind, achteraf gezien door ijzertekort en blessures’, zegt hij. En dat zijn nu juist de problemen die hij als fysiotherapeut, samen met coaches en andere deskundigen, bij de atleten op Papendal wil helpen voorkomen. Atletiek is mijn sport De keuze om fysiotherapie te gaan studeren lag voor Schout voor de hand. ‘Ik hield van sport en ik was erg geïnteresseerd in het menselijk lichaam. Nu vind ik het erg leuk om dat te combineren met de samenwerking met de coaches.’ Hij studeerde in Utrecht en volgde later een master manuele therapie in Nijmegen. ‘Die laatste opleiding gaf me de verdieping die ik zocht en ik leerde er betere technieken. Tijdens stages werkte ik al op het Sportmedisch Centrum (SMC) Papendal en daar ben ik na mijn afstuderen in 2008 blijven werken.’ Op het SMC was Schout vooral bezig met recreatieve sporters die in een revalidatieproces zaten. Sinds 2012 werd hij voor acht uur per week ingehuurd door de Atletiekunie om topsporters te behandelen. ‘Toen verschoof een deel van mijn werk van breedte- naar topsport. Ik vond het heel fijn om in de atletiek werkzaam te zijn, omdat het toch míjn sport is en omdat ik denk te weten wat er aan verzorging nodig is om hard te kunnen trainen.’ Na de Spelen van Rio vond de Atletiekunie ruimte om de fysiotherapeutische begeleiding uit te breiden voor de veertig tot vijftig atleten die op Papendal trainen. Schout kwam in dienst van de bond. Daarnaast werden twee andere fysiotherapeuten op deeltijdbasis ingehuurd bij het CTO op Papendal. Daardoor is er nu iedere dag een fysio beschikbaar, ook als Schout bijvoorbeeld mee is op stage of naar een internationaal toernooi. Ook is er iedere dag in de namiddag een sportarts beschikbaar voor atleten die acuut last krijgen van een blessure – of dat dreigen te krijgen. Voor de Atletiekunie is Petra Groeneboom de verantwoordelijk sportarts. ‘Voor mij betekende de aanstelling bij de Atletiekunie een belangrijke en door mij ook gewenste verschuiving van mijn werk’, vertelt Schout. ‘Het ging – simpel gezegd - van brandjes blussen naar het voorkomen van blessures.’ Analyseren en afwijkingen opsporen In de dagelijkse praktijk betekent het dat Schout ’s ochtends veelal aanwezig is bij de trainingen. ‘Dan kijk ik mee met de coach en soms ook met de bewegingswetenschapper om het bewegingspatroon van de atleet te analyseren en eventuele afwijkingen op te sporen. We kijken bijvoorbeeld naar de paslengte. Beweegt iemand anders dan voor hem of haar normaal is, dan kan dat bijvoorbeeld betekenen dat een enkel of een heup vast zit. ’s Middags kunnen ze dan bij mij op de bank komen liggen en dan probeer ik om die gewrichten weer vrij te maken. Zodat ze hopelijk de volgende dag weer voluit kunnen trainen. Zo dragen we eraan bij dat ze een paar procentjes extra in de training kunnen stoppen. Dan kun je denken aan een massage, maar ook aan oefeningen die de atleten zelf kunnen doen. We beschikken hier gelukkig over alle apparatuur die we nodig hebben. En als we op stage gaan, zoals afgelopen november naar Turkije, oriënteer ik me vooraf op wat er ter plaatse voorhanden is.’ De behoefte aan een behandeling verschilt per atleet. ‘De een laat zich het liefst elke dag behandelen; een ander zie ik twee keer per week. Maar het is uiteraard ook afhankelijk van de zwaarte van een training.’ Schout roemt de samenwerking op Papendal. ‘We wisselen als begeleidende staf veel informatie uit en dat is cruciaal voor de gezondheid van de sporters. De coach heeft daarbij de leidende positie, maar ik kan zeker mijn bijdrage leveren. Bijvoorbeeld bij de vraag of een atleet fit genoeg is om een wedstrijd te gaan lopen. Bij een dreigende blessure kan ik een inschatting maken van de risico’s, maar uiteindelijk neemt de coach, in overleg met de atleet, de beslissing. Waarbij natuurlijk ook een rol speelt of het om een clubkampioenschap gaat, of om een Olympische finale.’ Valt er nog iets te wensen voor Schout? ‘Ik ben vooral bezig om mijn netwerk steeds verder uit te breiden om te kijken hoe anderen het doen. Natuurlijk moet je een goede opleiding hebben, maar dat is de basis. Het meeste wat je nodig hebt, staat niet in boeken. Je moet gewoon overal wat van meenemen en dan op basis van je eigen ervaring beoordelen wat je voor elke individuele atleet nodig hebt.’ Tekst: Cors van den Brink Foto: Erik van Leeuwen (trainingsstage Sankt Moritz 2018)
Twee keer podium voor Michel Butter bij Amsterdamse Boscross
Michel Butter won afgelopen zondag onder winterse omstandigheden de Boscross in het Amsterdamse Bos. Butter keek na de eerste ronde nog tegen een achterstand aan door een val bij de eerste afdaling. Die achterstand wist Butter in de daaropvolgende twee rondes goed te maken. Hij kwam solo over de finish, na de race van negen kilometer. De winst van de lange cross was voor Butter nog niet genoeg: kort voor de start van de korte cross besloot Butter om ook dáár te starten. Een dubbele overwinning zat er echter niet in. In dit sterk bezette veld ging Nick Marsman er met de winst vandoor. Bram Anderiessen finishte als tweede, voor nummer drie Michel Butter. Butter is in goede vorm. Vorige week finishte Butter nog als eerste Nederlander tijdens de EK Cross in Tilburg. Ook is Butter naar eigen zeggen een groot liefhebber van de cross. Lucas Nieuweboer - de jonge uitdager van Butter - en Tim Pleijte maakten het podium van de lange cross compleet. Finish Michel Butter Roos Blokhuis, Diane van Es en Susan van Weperen - alle drie jonge talenten - vormden het podium van de vrouwen lange cross. Blokhuis en Van Es wonnen vorige week als team het zilver op de EK Cross. Blokhuis ging soeverein aan de leiding, gevolgd door een fotofinish van Van Es (tweede) en Van Weperen (derde). De korte cross werd gewonnen door Dagmar Smid, gevolgd door Seline Scherrer en Sabine Rutten. De Boscross - dat de afgelopen twee jaar het NK Cross organiseerde - is dit jaar toegetreden tot de Nederlandse elite van cross wedstrijden: het nationale crosscircuit. Organisator Aldo Looijenga zegt daarover: “We zijn trots om met onze cross aan te tonen dat een goede cross ook uitstekend in de Randstad is te organiseren. De cross is toch de basis van het hardlopen.” De Boscross is na de Warandeloop in Tilburg de tweede wedstrijd uit de reeks van het Nationaal Crosscircuit. Op 31 december a.s. staat de volgende wedstrijd op het programma: de Sylvestercross in Soest. Interview met Michel Butter tussen beide races in door het Noord Hollands Dagblad. Foto & tekst: Organisatie Amsterdamse Boscross
Guido Hartensveld: Meer dynamische stabiliteit door de cross
In de afgelopen vijftien jaar leverde Team Distance Runners veertien maal een of meer atleten voor de ploeg bij de EK Cross. Je kunt dus stellen dat hoofdcoach Guido Hartensveld wel een en ander weet over het veldlopen. ‘Maar je kunt me niet dieper beledigen dan te opperen dat er een “TDR-methode” bestaat, zegt hij met een grijns. De Castricumse coach wil daarmee benadrukken dat de cross geen middel is dat voor iedere atleet hetzelfde doel naderbij brengt. ‘Dat zou bij ons ook niet kunnen, want we hebben atleten die de 400m als specialisme hebben en gebaat kunnen zijn bij een korte cross van 2,5km. Maar ook marathonlopers, voor wie de lange cross een heel andere functie heeft. En iedere atleet heeft natuurlijk een individueel programma.’ Beter is het wellicht om te vertrekken bij de jeugd. ‘Crossen hoort bij de ontwikkeling van jonge atleten’, vindt Hartensveld. ‘Ik heb Sebastian Coe horen vertellen dat hij als jonge atleet jaarlijks tientallen crosswedstrijden liep, terwijl hij het als atleet op de midden-afstand toch van zijn snelheid moest hebben. Maar daar draagt de cross aan bij. Net zoals ik het voor mijn marathonlopers belangrijk vind dat ze in de zomer baanwedstrijden over 5000m lopen.’ Bij veldlopen gaat het om strijd Crossen bevordert ook de mentale kracht van atleten, zegt Hartensveld. ‘Het gaat bij het veldlopen niet om tijden, maar om strijd. Dat element wordt nog vergroot omdat je het op moet nemen tegen de lastige elementen in het parcours. Daar moet je steeds weer op anticiperen, zoals je dat ook moet doen bij versnellingen van je concurrenten.’ ‘Fysiek gezien ga je technisch beter lopen door te crossen. Je vergroot namelijk je dynamische stabiliteit. Op een goed, uitdagend parcours loop je afwisselend over harde paden, door mul zand en over modderige stukken. Je moet klimmen en dalen en er zitten vaak scherpe bochten of keerpunten in. Dat betekent dat je je voeten steeds anders moet neerzetten en dat prikkelt het lerende systeem. Daar profiteer je van als je op de baan of bij een wegwedstrijd onder extreme vermoeidheid de wedstrijd moet zien te beslissen. Je ontwikkelt een robuuste techniek, die onder die omstandigheden langer standhoudt. Ik denk dat het niet voor niets is dat Afrikaanse atleten, die vaak op cross-achtige manier trainen, zich zo goed ontwikkelen.’ ‘Een extra voordeel van het crossen, is dat je met een steeds wisselende snelheid loopt en steeds weer moet aanzetten bij een heuveltje of na een scherpe bocht. Je ziet de hartslag steeds op en neer gaan, er komt steeds wat melkzuur in je systeem en door dat te trainen, boek je winst.’ Lage hekjes als uitdaging De atleten van Hartensveld hebben, met het Noordhollands Duinreservaat als achtertuin, volop gelegenheid om zich voor te bereiden op de cross. De coach is zich er niet altijd meteen van bewust, maar weet uiteindelijk natuurlijk dat er in die duinen voldoende elementen zitten die zijn lopers terugzien bij de crosswedstrijden. ‘En als we op de baan trainen zet ik tijdens dribbelpauzes wel eens lage hekjes in de baan als extra uitdaging’, zegt hij. Maar dan gaat het om de laatste fase van het trainingsprogramma, op weg naar de eerste wedstrijden. Dat programma is, met een EK Cross in het tweede weekend van december, elk jaar wel een puzzel, vindt de coach. Ook hierbij maakt hij weer onderscheid tussen jongere en oudere atleten. ‘Tegen de jongeren uit ons team die zich graag willen plaatsen voor een EK heb ik gezegd dat ze niet tot en met augustus baanwedstrijden moesten blijven lopen, terwijl ze misschien nog wel graag een p.r. wilden vestigen of eens een wedstrijd over een andere afstand wilden lopen. Maar wie naar een van de internationale jeugdtoernooien is geweest, heeft kort daarna een rustperiode ingelast. In augustus zijn ze zelf weer gaan opbouwen en begin september moesten ze klaar zijn om aan een volwaardig trainingsprogramma te beginnen. Je moet tenslotte eind november in vorm zijn om je bij de Warandeloop te plaatsen voor de EK.’ Maar met die EK is het crossseizoen uiteraard niet voorbij. Hartensveld bepleit voor junioren een volledig crossseizoen, waarin hij ook plaats inruimt voor de Sylvestercross, de Abdijcross, de Mastboscross en de Amsterdamse Boscross en uiteraard het NK Cross, dat in Emmeloord plaatsvindt (februari 2019). Ook reist hij naar enkele Vlaamse wedstrijden. Na opnieuw een rustperiode kunnen de atleten dan aan de voorbereiding op het baanseizoen beginnen. Kies niet te jong voor wegwedstrijden ‘Ik zou graag zien dat de ranglijsten ook voor het crosscircuit een grotere rol gaan spelen, want die vormen zeker een stimulans bij de wedstrijden’, zegt hij. Voor de senioren – en zeker voor de atleten die ook op de weg lopen – is het lastiger om zich helemaal te focussen op de cross. ‘Zeker de atleten die moeten leven van de sport, of die veel kosten hebben voor trainingsstages en overige investeringen die hun sportieve programma nog beter maken, kan ik het niet kwalijk nemen dat ze vaker op de weg lopen. Daar zijn de inkomsten nu eenmaal hoger.’ Hartensveld ziet dat ook zijn betere junioren en neo’s al uitnodigingen krijgen voor wedstrijden over 10 tot 21km op de weg. ‘Ik snap het wel, maar ik zeg wel: kies niet te jong voor die wegwedstrijden. Tenzij je toekomst overduidelijk op de marathon ligt’ ‘Als een atleet op de lange afstand alleen al alle NK’s wil doen, zijn dat zeven kampioenschappen. En dan komen daar eventueel nog internationale toernooien bij. Het is onmogelijk om bij al die wedstrijden - in topvorm - aan de start te staan. Je zult moeten kiezen en moeten combineren.’ In dat licht is het interessant wat de keuze van Michel Butter gaat opleveren. Hij nam de EK cross als belangrijk tussendoel en liep de Amsterdam Marathon vooral omdat hij graag Nederlands kampioen wilde worden. ‘Dus daar ging het om de strijd en niet om de tijd’, zegt Hartensveld. ‘Deze maand moet blijken of dat een goede voorbereiding is geweest voor de cross. En in het voorjaar blijkt dan of hij door al het crossen in vorm is gekomen om op de marathon aan de Olympische limiet te voldoen.’ Tekst: Cors van den Brink Foto: Erik van Leeuwen
Meer atletiek.nl